| Hoeven en hoefbeslag |
|
De Hoef De hoef bestaat uit een hoornschoen, met daar binnenin de beenderen en andere structuren, zoals pezen, banden, zenuwen en bloedvaten. De hoornschoen wordt geproduceerd vanuit de opperhuid van de zogenaamde hoeflederhuid. De hoornschoen bestaat uit de kroonrand, de wand, de zool, de straal, de steunsels en de hoefballen. Binnen de hoornschoen bevinden zich ten eerste de beenderen van de hoef. Dat zijn het hoefbeen, een gedeelte van het kroonbeen en het straalbeen. Daar zitten ook de hoefkraakbeenderen. Tussen het hoefbeen en het kroonbeen bevindt zich het hoefgewricht. Het straalbeen is een onderdeel van de zogenaamde hoefkatrol. De voorhoef en de achterhoef van het paard zijn vergelijkbaar in bouw. De achterhoef is echter in het algemeen wat stijler dan de voorhoef. Bovendien is de zool vlakte van de voorhoef rondachtig ovaal en van de achterhoef meer langwerpig ovaal. Bekappen - De straal wordt schoongemaakt - De zool wordt bepakt en gecontroleerd - De draagrand wordt als laatst bekapt - De hoornwand wordt strak en recht afgeveild - De hoefsmid verwijderd uitsluitend dat gene wat weggehaald moet worden Materiaalkeus Na het kappen wordt het matriaal van het beslag bepaald, hiermee kan de setting bepaald worden voor het paard waarme de meest optimale steun wordt verkegen. Ik ga er meestal vanuit dat een hoefijzer zo lang meot zijn dat het uiteinde van de tak uitkomt op de loodlijn die vanaf de hoefballen naar beneden getrokken wordt. Dit betekend bij een stijle voet weinig tak en bij een weke voet iet meer tak (uit einde van een ijzer). |